Poëzie.

29 januari 2015. Gedichtendag dus. Het begin van de gedichtenweek. Poëzieweek eigenlijk. Ik vind dat altijd wel plezant, een gedichtje hier en daar. Wat poëzie overal. Hier dus ook. Verwacht geen ingewikkelde poëzie of literaire hoogstandjes. Wel mijn lievelingsgedicht. Het is al jaren mijn lievelingsgedicht. Vooral door de herinneringen. En het is grappig, dat ook.

poëzieweek

Het is een gedicht dat mijn mama geleerd heeft op school. En bij haar is het ook blijven hangen. Ze kent het na al die jaren nog steeds van buiten. En als wij, de zus en ik, kleiner waren, en nu soms nog, maar dan wel op aanvraag, draagde ze ons dat af en toe eens voor. We vonden dat geweldig. Want dat was grappig en mama kan kei goed gedichten voordragen. Dat gedicht zeker. Vol leven, met bijpassende mimiek en gebaren. Geweldig. Ik was dus fan. En op school gebruikte ik dat gedicht ieder jaar ook wel een keer. Een andere leerkracht betekende dat ik het opnieuw kan gebruiken. Feest. Leerkrachten en klasgenoten vonden het raar. En gek. En de liefde werd vaak niet gedeeld. Maar dat kan me eigenlijk geen bal schelen.

DE BALLADE VAN ARIE HOP

(een kind, dat ten gevolge van een verderfelijke gewoonte om het leven kwam)

Aanhoort het noodlot, fel en wreed
van een kind, dat op z’n nagels beet.

Een kind, dat met z’n eigen tanden
tot zijn schade en zijn schande

stukjes van zichzelf op at
en in zijn onverstand vergat,

dat als die eerste hapjes smaken
men aan zichzelf verslaafd kan raken.

Zo vergaat het menig kind,
dat zichzelf zo lekker vindt.

Ook het kind uit dit verhaal
genoot zo van zijn eigen maal,

dat het verder alle dagen
in extase door bleef knagen.

Reeds was het kwaad niet meer te stoppen
reeds kloof ie aan zijn vingertoppen

en zette weldra ook zijn tanden
in de stompjes van zijn handen.

En tot ontzetting van zijn ouders
in zijn bovenarm en schouders.

Voldaan keek hij toen in het rond
en sprak met overvolle mond:

‘Ik vind mijzelf, als U ’t wil weten
gewoon een kind om op te vreten.’

En hief al weer een been omhoog
en knabbeld’ aan zijn eksteroog.

Men hoorde hem vraatzuchtig smakken
op de pezen van zijn hakken,

zag hem zalig d’ogen sluiten
toen hij beet kreeg aan z’n kuiten,

reikhalzend happen naar zijn dij
helaas – hij kon er niet meer bij

en is – zienderogen afgenomen –
van de honger omgekomen.

Heel duid’lijk is hier de moraal:
Wordt nooit Uw eigen kannibaal.

– John O’Mill –

 En jij? Fan van poëzie, of een gedichtje hier en daar?

Lekskes,

Ann-Sophie

5 gedachtes over “Poëzie.

Wat jij mij wil zeggen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s