Soldenblues!

solden_alg_kl_art_nwKleren. Schoenen. Accessoires. Handtassen. Ik heb er veel. Hopen. Massa’s zeg maar. Veel te veel volgens sommigen. Daar ben ik het natuurlijk, uiteraard, vanzelfsprekend niet mee eens. Totaal niet mee eens zelfs. Een vrouw kan nooit genoeg kleren, schoenen en handtassen hebben. Dat motto brengt met zich mee dat er geshopt moet worden. Veel geshopt. Massa’s geshopt. Ik ben er dan ook dol op. Uren, dagen, weken kan ik mij amuseren met de winkelstraten onveilig te maken, de winkels af te schuimen en te snuisteren in allerlei rekken. Geduldig bestudeer ik elk kledingstuk in de winkels, tot ik iets vind dat me aanstaat. Iets dat een perfecte aanvulling is op al wat in mijn kast ligt, staat of hangt. Het moment dat ik zo een perfecte aanvulling gespot heb, gepast en goedgekeurd, moet ik me inhouden om geen vreugdedansje te doen in de winkel. Als die perfecte aanvulling dan ook nog eens een koopje blijkt te zijn, kost het me echt heel wat moeite om niet op z’n gangnam-style’s door de winkel te huppelen. Koopjes, ze maken mij intens gelukkig.

Ik hoor je al denken, lieve lezer, dat ik op dit eigenste moment dan toch wel een dolgelukkig meisje moet zijn. De solden zijn namelijk in ’t land. Hoera. Hoezee. Feest. Awel, dat is dan fout gedacht. Het hele jaar door jaag ik op koopjes. Ik aas er op. Ik lig constant op de loer om dat ene ding toch maar te kunnen bemachtigen, maar zodra de solden zich aandienen, verdwijnt dat jachtinstinct van mij als sneeuw voor de zon. Waarom? Wel, dat zal ik je eens haarfijn uitleggen.

Om te beginnen is het te druk. Veel en veel te druk. Massa’s mensen die normaal gezien amper voet aan wal zetten in de winkelstraten zorgen er tijdens de solden voor dat het zwart ziet van ’t volk. Duwen en trekken en trekken en duwen. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij de rekken met koopjes zijn. Sommige begeven zich zelfs in, op en onder de rekken. Iedereen wil, nee, wat zeg ik, moet zijn of haar favoriete stuk bemachtigen. Dat ene koopje. Hét object van hun affectie. Men moet en zal dat hebben, koste wat kost. Met de medemens wordt geen rekening gehouden. Het doel heiligt de middelen, zeg maar. Op zo’n moment is shoppen verre van aangenaam. Als ik dan toch uiteindelijk, na een helse strijd, een kledingstuk bemachtigd heb, moet ik gaan passen. Uren, maar echt uren, aanschuiven in de rij aan de pashokjes. Drie weken, vijf dagen, 6 uren en 21 minuten later, als ik die rij dan uiteindelijk getrotseerd heb, ik alles gepast heb en beslist heb wat ik ga kopen, kan ik opnieuw beginnen aanschuiven. Aan de kassa dit maal. Bah. Bah. En nog eens bah.

Ten tweede is het altijd gigantisch warm in de winkels. Buiten is het ijskoud, regenachtig en blaast de wind mij uit mijn schoenen. Ik kleed mij dus maar warm aan. Zeven sjaals, drie paar handschoenen, oorwarmers en op zijn minst twee mutsen moeten ervoor zorgen dat ik niet bevries, en dat mijn haar niet nat wordt. Ingeduffeld als een Eskimo wandel ik door de winkelstraten. Ingeduffeld als een Eskimo moet ik dan ook rondwandelen in de winkels. Als ik binnenkom krijg ik steevast een portie versgeblazen warme lucht in mijn gezicht. Vieze, hete, stinkende lucht. Te warm. Muts en sjaal één worden uitgedaan, maar hoe verder ik mij in de winkel begeef, hoe warmer het wordt. En die massa’s volk dragenkoopjes uiteraard hun steentje niet bij aan een aangename temperatuur in de winkel. Muts en sjaal twee, drie en vier moeten er ook aan geloven, met als gevolg dat ik mijn handen vol heb met kledingstukken die ik verdomme al heb, en helemaal geen handen meer vrij heb voor nieuwe dingen te bekijken, laat staan vast te pakken. Als me dat dan toch lukt nog iets vast te nemen, moet er gepast worden. En gewacht. Want het is druk. Daar krijg ik het zo mogelijk nog warmer van. Ook die massa’s volk dragen niet bij tot een fris gevoel. Als ik dan klaar ben, en naar buiten ga, moet ik al die kledingstukken ook weer opnieuw aantrekken. Twee winkels verder speelt dat hele scenario zich opnieuw af. En opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Ten derde is er de frustratie. Ik kom in de winkels en zie daar allerlei kledingstukken hangen die zich ook in mijn kast bevinden. Die ik recentelijk gekocht heb, zeg maar. Uiteraard aan volle pot. Nu prijkt er aan al dat moois een kaartje met korting. Korting verdorie. Waarom heb ik niet gewacht? Ik had verdorie meer kunnen kopen als ik gewacht had. Of ik had op reis kunnen gaan. Of ik had zelfs misschien eens kunnen sparen. Ik zou mezelf wel voor de kop kunnen slaan.

En, daarom, lieve lezer, begeef ik mij op koopzondagen of drukke soldendagen niet naar de winkels. Ik blijf thuis, in mijn zetel, onder een deken. En ik wacht. Tot de massale drukte weer verminderd is. Tot die helse koopjesperiode bijna voorbij is. Tot iedereen weer klaar is met kopen. Tot de kleding- en schoenenkasten van mijn medemens weer gevuld zijn. En, wanneer dat het geval is, trek ik mijn gemakkelijkste schoenen aan, haal ik mijn zeven sjaals, drie mutsen en vijf paar handschoenen uit de kast en trek ik de stad in. Op zoek naar de restjes van de koopjes. De echte koopjes. De koopjes die mij wel gelukkig maken. En jij? Ben jij een koopjesjager? Verzot op de solden of een shopaddict het hele jaar door?

Lekskes,

Ann-Sophie

4 gedachtes over “Soldenblues!

Wat jij mij wil zeggen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s