Maak dat de kat wijs!

Ik zei net nog tegen mijn huisgenoten: in mijn volgend leven wil ik een kat zijn. Niet dat ik geloof in een leven na de dood of in reïncarnatie, die zweverige dingen zijn niet echt aan mij besteed. Maar telkens als ik de kat ergens op een knus plekje uren aan een stuk en in het midden van de dag, de slaap der zaligen zie slapen, voel ik toch een klein steekje van jaloezie. De kat op wie ik jaloers ben, is de kat des huizes, Lola genaamd.

Enkele jaren geleden, ergens in de herfst, dwaalde er een klein, zwart katje met een scheve staart en korte pootjes, door de tuin en rond het huis. Een schoonheidswedstrijd zou ze niet winnen, maar wel was ze gezegend met een schattig koppeke. De kat had overduidelijk grote honger. Haar schattig koppeke veroverde ons hart en we gaven haar wat te eten. Stukjes hesp, wat gerookt vlees, een paar sneetjes salami. Het stak allemaal zo nou niet, eten was eten. Ze zou wel weer weggaan, zeiden we tegen elkaar. Maar niets was minder waar. De kat bleef rond het huis en door de tuin trippelen, op haar korte poten. Ze had duidelijk een nieuw stekkie en nieuwe baasjes uitgekozen om bij te wonen. Het enige wat haar nog te doen stond, was de baasjes overtuigen de deur te openen en haar te verwelkomen. Zoals je al wel door hebt, lieve lezer, slaagde ze met vlag en wimpel in haar opzet. Voor Lola was het een kat in een bakkie.

Ze pakte het slim aan, ons Lola, dat moet je haar nageven. De kat keek de kat zeker niet uit de boom. Papa, toen nog de grootste kattenhater van Vlaanderen en omstreken, was de eerste persoon die ze probeerde te paaien, omwille van de smeer likt de kat de kandeleer. Ze kwam geïnteresseerd toekijken als hij in de tuin werkte en begroette hem als hij thuiskwam met de auto. Hij was verkocht, hij mocht haar wel, dat kleine, zwarte katje met de knik in haar staart. De moeilijkste hindernis was gepasseerd, de kat was op de koord, nu moest ze enkel nog de andere gezinsleden overtuigen. Dat was piece of cake, wij waren vogels voor de kat. Op een dag wandelde ze spontaan onze keuken binnen, en is ze nooit meer weggegaan.

Ze heeft het verdomme goed hier, bij ons. Ze mag altijd kiezen waar ze gaat of staat. Wil ze buiten, goed, wil ze liever binnen, ook goed. Ze ligt vaak in de beste zetel, en geen haar op ons hoofd dat eraan denkt haar te verplaatsen. Neen, wij zetten ons wel ergens anders. Af en toe nestelt ze zich, like a boss, op papa’s bureaustoel, aan de computer. Als er moet gewerkt worden, nemen we wel een andere stoel, die veel slechter zit, maar Lola blijft liggen. Op tijd en stond krijgt ze ook een feestmaal, onze kat, handgekookt door mama. Ze heeft een eigen luxenest in de garage, waar ze slaapt op regenachtige nachten. Al die moeite wordt beloond door kopjes geven, hard ronken, lieve miauwtjes en een bijna dagelijks cadeautje in de vorm van een vers gevangen muis. Smakelijk!

Daarom wil ik in mijn volgende leven een kat zijn, zo eentje als de kat des huizes hier. Slapen, slapen, eten, slapen, slapen, en dat op de beste, gezelligste en warmste plekjes in huis. Men spreekt altijd over een luizenleven, maar geef toe, je kan het even goed een kattenleven noemen.

Lekskes,

Ann-Sophie

Een gedachte over “Maak dat de kat wijs!

Wat jij mij wil zeggen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s